1. HET DORP BRANTGUM.

1.1. Ligging en voorkomen.

Brantgum is ontstaan op het einde van een kwelderwal, welke vanaf Holwerd via Waaxens naar het huidige Brantgum liep.
De eerste nederzettingen in het noordfriese kleigebied betroffen nog geen terpen, het waren nederzettingen op het vlakke land. Hiervoor werden de hoogste gedeelten, de kwelderwallen gekozen.
De hoger gelegen gronden hebben in veel gevallen het uitgangspunt voor de bewoning gevormd en derhalve de ligging van een aantal terpdorpen mede bepaald.
Toen de zee rond 500 voor Christus weer in activiteit toenam en de kwelderwal onvoldoende beveiliging bood tegen het water begon men plaatselijk verhogingen op te werpen. De terpen zijn in fases ontstaan, afhankelijk van de activiteiten van de zee, in de periode van 500 voor Christus tot ca. 700 na Christus.

Rond 1100 is men er toe overgegaan om het land ook door middel van bedijkingen te gaan beschermen tegen de activiteiten van de zee.
Aanvankelijk waren de dijken nog weinig betrouwbaar, de bevolking bleef in hoofdzaak op de verhoogde plaatsen wonen. In eerste instantie waren landbouw en visserij (gemengd bedrijf) de belangrijkste bronnen van bestaan op deze kustwal. Naderhand kreeg het agrarische aspect de overhand, vooral ook door de bedijkingen hetgeen een vergroting van de bruikbaarheid tot gevolg had.
De Schotanuskaart van de grietenij en de kadastrale minuut (afb. 2) geven een identieke situatie van de dorpsplattegrond weer: de ringweg met een niet geheel regelmatig verloop op de voet van de terp, waaraan vrijwel de gehele bebouwing gelegen is.


Een geringe concentratie van niet-agrarische bebouwing bevind zich op de noordoostelijke helling van de terp, waar de opvaart het dorpsgebied bereikt.
Centraal in de plattegrond op de ruim 6 meter hoge kruin van de terp, ligt de dorpskerk van waaruit de indeling in percelen naar buiten toe uitwaaiert en zich plaatselijk buiten de ringweg voortzet.
De hier beschreven situatie, die in het begin van de 19e eeuw werd aangetroffen, benadert het "ideaaltype" van het terpdorp in sterke mate.
De opbouw van de plattegrond onderging sterke wijzigingen toen in de jaren zestig van de 19e eeuw de wegverbinding tussen Holwerd en Dokkum werd verbeterd. De oude bochtige en onverharde weg liep buiten het dorp om: het nieuwe rechte en verharde tracé wordt over het midden van de dorpskern gelegd en scheidt de historische dorpsstructuur in twee helften. De verbreding van de weg in de jaren zestig van de 20e eeuw betekende een verdere aantasting van de structuur.
Ten zuidwesten van de verkeersweg heeft het dorp vrij sterk het agrarisch aanzien behouden. Wel is hier plaatselijk rond de eeuwwisseling de dorpsterp afgegraven. Aan de andere zijde van de verkeersweg is het agrarische element meer naar de achtergrond verdrongen; een vergelijking tussen het kadastrale minuutplan en de kaart van Ids Wiersma die de toestand van 1853 weergeeft (afb. 3) laat zien dat in de ongeveer twintig tussenliggende jaren een verdichting van de dorpsbebouwing is opgetreden.
In de 20e eeuw verandert het beeld verder door het verschijnen van de naoorlogse woningbouw aan de ringweg en in het uitbreidingsgebied aan de Stimhússtrjitte.
Het straatje dat van de kerk in noord-oostelijke richting naar de ringweg loopt geeft met de naam Roasterwei aan dat in de straat bij de toegang tot het kerkhof vroeger een rooster heeft gelegen om het vee van het kerkhof te weren.
De kerk, met onderdelen die teruggaan tot de twaalfde eeuw, wordt aangemerkt als monument en de terp als een archeologisch monument (monumentnummer 45315).


1.2. Werkgelegenheid.

Brantgum is van oudsher vooral een agrarisch georiënteerd dorp. De agrarische bedrijvigheid is gebleven, echter met dien verstande dat de landbouw in de huidige tijd aan minder mensen een bestaan geeft dan in het verleden.


1.3. Voorzieningen.

De omvang van het dorp, 242 inwoners (01-01-2001), is zodanig dat er nagenoeg geen draagvlak is voor voorzieningen. In het dorp zijn enkele kleine winkels en een garagebedrijf met een verkooppunt voor benzine enz.. Voor andere zaken is men aangewezen op rijdende winkels of op Dokkum, het regionaal centrum van voorzieningen, onderwijs en dienstverlening. De in 1988 gebouwde basisschool van het dorp is gesitueerd in het uitbreidingsplan aan de Stimhússtrjitte. Naast de reeds genoemde voorzieningen heeft Brantgum nog de beschikking over een dorpshuis met gymnastieklokaal en een kaatsveld gelegen aan de Ringweg.


1.4. Verbindingen.

De afstand van de kern Brantgum tot het regionale centrum Dokkum is ca. 6 km..
Brantgum is opgenomen in een doorgaande busroute van Holwerd naar Dokkum/Leeuwarden. De wegverbinding naar Dokkum is goed, Brantgum ligt aan de provinciale weg Dokkum - Holwerd (bootverbinding met Ameland).


2. ONTWIKKELINGEN.


2.1. Bevolking.

De veranderingen in de agrarische productiemethoden en de daarmee gepaard gaande schaalvergroting in de landbouw alsmede de concentratie van de industriële bedrijvigheid in stedelijke gebieden op zogenaamde industrieterreinen heeft in de vijftig? en zestiger jaren geleid tot een snelle daling van het inwonertal van agrarische gebieden in Nederland. Het inwonertal van Brantgum is in deze jaren vrij stabiel gebleven. Bedroeg het inwonertal in 1974 236 inwoners, in 1987 en 1991 kunnen dezelfde inwonertallen genoteerd worden. Het laagste inwonertal, 204, noteerde men in 1976. In 1993 werd het hoogste inwonertal, 244, genoteerd. Per 1 januari 2001 bedroeg het inwonertal 242.

Het is opmerkelijk dat het totaal van de gehele gemeente een piek bereikt in 1985 terwijl Brantgum nog groeit tot 1994. In de gemeente Dongeradeel bedroeg de stijging van het inwonertal tot de piek in 1985 ± 6 %. Het inwonertal van Brantgum steeg tot de piek in 1993 met ± 18 %. In de periode tot nu daalde het inwonertal van de gemeente met
± 2,7 % (verdeeld over 15 jaar), Brantgum daalde in 7 jaar tijd met ± 2%. Debet aan deze schommelingen is natuurlijk het kleine aantal inwoners. Bij vertrek of vestiging van 1 gezin is dit onmiddellijk van invloed op de cijfers van Brantgum.
Begin jaren 80 is het uitbreidingsplan aan de Stimhússtrjitte ontwikkeld wat tot in de jaren 90 heeft voorzien in uitbreidingsmogelijkheden. Blijkbaar heeft dit een groei van het inwonertal tot gevolg gehad.

 


De gemeente heeft aan het eind van de jaren tachtig, in het kader van het "Beleidsplan kleine kernen" een indeling van de kernen in clusters gemaakt. Uitgangspunt voor deze beleidsmatige clusterindeling was dat er tussen de kernen binnen een cluster een niet alleen geografisch, maar ook een sociaal-ruimtelijk verband bestond.
Het gevolg was dat er, naast een aantal kleinere kernen, per cluster ook ten minste 1 grotere kern aanwezig was. Deze benadering wordt ook nu nog toegepast. Met name in de recent opgestelde "structuurvisie Dongeradeel' en de spreidingsnotitie woningbouw wordt een aanpak per cluster voorgestaan.
Brantgum is samen met Foudgum, Waaxens en Holwerd in één cluster ondergebracht. Wordt naar de bevolkingsontwikkeling per cluster gekeken, dan blijkt dat bijna alle clusters vanaf 1984 wat in inwonertal zijn gedaald.
In de cluster van Brantgum is met name Holwerd verantwoordelijk voor de teruggang. Alleen de cluster waarin Dokkum samen met Aalsum, Bornwird en Raard zit, laat een toename van het aantal inwoners zien. Door de aanwezigheid van Dokkum, regionale verzorgingskern, in deze cluster, neemt deze cluster een andere positie in dan de overige. De aantrekkingskracht van Dokkum, onder meer door het voorzieningenniveau, blijkt op vestigers vele malen groter dan de dorpen.
De trek uit de dorpen in de gemeente Dongeradeel is enerzijds gericht op Dokkum en anderzijds op plaatsen buiten de gemeente.


2.2. Provinciaal beleid.

Meest recente invulling van het provinciaal beleid ten aanzien van de woningbouw is vastgelegd in het rapport "Wenjen yn Fryslân, beleid 1998-2010". Het woningbouwbeleid van de provincie richt zich op de leefbaarheid in dorpen en steden in heel Friesland. Geconstateerd wordt dat er geen grotere behoefte aan woningen voor Friesland totaal te berekenen is dan 43000 tot 46200 tot 2010. Hetgeen overeenstemt met de richtgetallen van 1996. Nu blijkt de bouwopgave zo voortvarend aangepakt te zijn dat niet in 2010 dit aantal wordt gerealiseerd maar jaren eerder. Dit leidt tot verzoeken om het richtgetal te verhogen. Een verhoging van het richtgetal zou tot gevolg hebben dat een verplaatsing van bewoners van de bestaande voorraad naar de nieuwbouw plaatsvindt. Daaruit ontstaat leegstand en verpaupering binnen de bestaande wijken. Om dit te voorkomen wordt vastgehouden aan de richtgetallen uit 1996 en zal nauwlettend de fasering van de plannen in het oog worden gehouden. Tevens blijkt uit de herstructureringsopgave die er ligt dat nieuwbouw en bestaande woningvoorraad gekoppeld moeten worden. Door een integrale aanpak kan in 2010 een woningvoorraad bestaan die aansluit bij de vraag. Specifiek voor de dorpskernen, waar ook Brantgum bij gerekend moet worden, stelt men het volgende:

Bekend is dat gemeenten met dorpskernen tegen het probleem aanlopen hoe een fasering in de dorpen qua exploitatie op te vangen is. Het gaat immers veelal om kleine bouwstromen die fysiek en qua kosten moeilijk uit te smeren zijn over meerdere jaren. Oplossingen kunnen mogelijk gevonden worden in vier stappen:

1- In de kleinste dorpen niet kiezen voor planmatige uitbreidingen, maar veeleer voor invullinkjes in of aan het lint en bestaande infrastructuur.
2- Daar waar dat door grondverwerving niet kan, kan worden overwogen om met aannemers koppelafspraken te maken voor gelijktijdige bouw op bi-locaties in verschillende dorpen.
3- Als een min of meer planmatige uitbreiding onvermijdelijk is zal er in die uitbreiding gefaseerd moeten worden.
4- Als ook dat niet haalbaar wordt geacht zal er een fasering van bouwstromen tussen de dorpen moeten worden aangehouden, met acceptatie van het gegeven dat elk dorp te maken krijgt met een bouwstop gedurende enige jaren.

 

2.3. Gemeentelijk Beleid.

Het gemeentelijk beleid is verwoord in het "Woonplan Dongeradeel" en in een uitwerking hiervan, de nota "Ruimte voor Kwaliteit".

In het verleden werd uitgegaan van een evenredige verdeling van de aantallen woningen tussen Dokkum en de overige kernen.
In het volkshuisvestingsplan van 1994 werd dit principe verlaten en kwam de nadruk op de werking van de markt te liggen. In 1998 is door de gemeenteraad de "Nota spreiding woningbouw" vastgesteld. In deze nota wordt de verhouding tussen Dokkum en de overige kernen opnieuw gewogen. Als leidend principe is gekozen voor een verhouding tussen Dokkum en de dorpen van 4/5 - 1/5. Een deel (10%) van de te bouwen woningen wordt gereserveerd voor de dorpen voor bijzondere omstandigheden (verborgen capaciteit in bestemmingsplannen, agrarische bedrijfswoningen enzovoort).

Voor de verdeling van de dorpen onderling is opnieuw uitgegaan van de verdeling in clusters. In principe vindt een evenredige verdeling plaats uitgezonderd van groei zijn evenwel de kleinste kernen en buurtschappen. De mogelijkheid bestaat om binnen de cluster met aantallen te schuiven. Voorts kan indien er dwingende omstandigheden zijn een verschuiving tussen clusters onderling plaatsvinden. In de cluster waar Brantgum een onderdeel van uitmaakt hebben Waaxens en Foudgum geen bouwtaak. Voor Brantgum resulteert dit in het volgende beeld:

Van deze bouwmogelijkheden moeten 4 woningen in mindering worden gebracht omdat deze in aanbouw waren en nog niet als woning zijn geteld zodat Brantgum, uitgaande van de spreidingsnotitie zoals opgenomen in de ontwerp structuurvisie tot 2010 geen woningen meer aan het woningbestand zou mogen toevoegen. Vanwege de geconstateerde woningbehoefte in Brantgum is besloten om van het oorspronkelijk aan Holwerd toegewezen aantal woningen er 5 over te hevelen naar Brantgum. Holwerd maakt onderdeel uit van dezelfde cluster. In Brantgum kunnen, tot 2010, 5 woningen aan de voorraad worden toegevoegd.
Herstructurering - nieuwbouw.

In de "Beleidsvisie wonen, "Dongeradeel 1998-2007" wordt gepleit voor het verleggen van de aandacht van uitbreidingsplannen naar de bestaande woonomgeving, inbreidingslocaties en herstructureringsgebieden. Het huisvesten van de doelgroepen en het tegengaan van leegstand vormen daarin belangrijke doelen. Om deze te bereiken zijn woningverbetering en beheer, verbetering van de woonomgeving en herstructurering van de voorraad belangrijke aspecten. Ook een afstemming tussen uitbreiding en de bestaande voorraad wordt noodzakelijk geacht om verpaupering te voorkomen.

Een nadere analyse van de bestaande woningvoorraad in relatie tot het nieuwbouwprogramma is gemaakt in het "Woonplan Dongeradeel". Het woonplan heeft het creëren van een duurzaam en dynamisch evenwicht op de markt als doel. Hiervoor zijn een aantal kwantitatieve en kwalitatieve uitgangspunten geformuleerd. Deze vormen de basis c.q. de motieven voor de verschillende opgaven. Het woonplan berust voor een belangrijk deel op gegevens uit het Voorraadbeleidsplan van Woningcorporatie Dongeradeel (WCD). Enerzijds vanwege de beschikbaarheid van gegevens anderzijds vanwege enkele plannen die voor 2010 uitgevoerd zullen worden. Hoewel hierdoor een enigszins vertekend beeld ontstaat ontbreekt op dit moment onderzoek om uitspraken over de koopsector te doen. Specifiek voor Brantgum doen zich in de koopsector geen ernstige problemen voor. Dit is echter een momentopname.

Op aangeven van de woningcorporatie wordt ingezet op een teruggroei van het huurwoningenbestand van ongeveer 3300 woningen naar ca. 2200 woningen in 2015. Dit aantal is voldoende om de taken van de corporatie te vervullen. De vraag richt zich ook in de huursector voornamelijk op Dokkum (aanwezigheid werk en voorzieningen). De teruggroei zal in de dorpen zowel relatief als absoluut groter zijn dan in Dokkum. Er zal dus een nieuwe verhouding komen tussen het aantal huurwoningen in Dokkum en de dorpen. Er wordt gestreefd naar een aantal van ruim 1600 woningen in Dokkum tegenover 550 in de dorpen.
De teruggroei van de huurwoningvoorraad zal plaatsvinden middels verkoop en sloop. De WCD acht de verkoop van huurwoningen noodzakelijk om:
- te voldoen aan de financiële voorwaarden op de kortere termijn
- middelen te genereren voor het geven van een kwaliteitsimpuls aan het bestaande bezit en het realiseren van nieuwbouw
- (dreigende) leegstand met name in de eengezinswoningen op te lossen en te voorkomen
- een impuls te geven aan de leefbaarheid van de buurt door het doorbreken van een eenzijdig samengestelde huurwijk of buurt.

De corporatie is er zich van bewust dat alleen het verkopen van de duurdere huurwoningen niet zal leiden tot een kwalitatief optimale en zo gedifferentieerd mogelijke huurwoningvoorraad. Daarom zal in een groot aantal woningen kwaliteitsverbeteringen plaats vinden. Knelpunt daarbij is om met name in de dorpen te komen tot een goede prijs-kwaliteitverhouding. De forse investeringen zullen, wanneer deze worden doorberekend in de huurprijs, al vlug voor een slechte concurrentiepositie ten opzichte van de koopsector zorgen. Om dit te voorkomen zal de WCD zich in de komende 5 jaar richten op het uitvoeren van het verkoopprogramma, zodat een financiële reserve gecreëerd wordt die zowel voor herstructurering als voor kwaliteitsverbeteringen ingezet kan worden.
Aan sommige woningen is zo weinig behoefte dat deze het ook op de koopmarkt geen aftrek vinden. Dan dient met het oog op de toekomstwaarde van de buurt gekozen te worden voor sloop en herbouw met woningen waar wel vraag naar is.
Sloop wordt ingezet als:
- de bouwtechnische staat van een woning daartoe aanleiding geeft
- de markttechnische omstandigheden daartoe aanleiding geven
- de woning economisch gezien geen perspectief meer biedt
- de locatie zeer geschikt is voor nieuwbouw (voor specifieke doelgroep).

In principe wordt sloop gevolgd door vervangende nieuwbouw in lagere dichtheden en in combinatie van zowel huur- als koopwoningen, maar vrijkomende ruimte kan ook als bouwkavel worden verkocht. Doordat lagere dichtheden zullen worden gerealiseerd, zal per saldo een contigent resteren. De WCD wil dit contingent op nader te bepalen wijze inzetten bij realisatie van de volkshuisvestelijke doelstellingen.

In de nota "Ruimte voor kwaliteit" wordt onderzocht hoe een afstemming tussen nieuwbouw en herstructurering kan worden bereikt. Hierin wordt duidelijk dat er voor de gehele gemeente tot 2010 een totale bouwopgave ligt van 1110 woningen (700 vervanging en 410 uitbreiding) en hierbij wordt ingezet op een afgestemde inzet van de volgende instrumenten:
- De voortvarende inzet van de transformatieopgave in dorpen en wijken;
- De voortvarende realisering van nieuwbouw;
- Uitvoering van een investeringsprogramma op de huurwoningvoorraad van de corporatie;
- Uitvoering van het verkoopprogramma van WCD.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 2 programmaperiodes; in de eerste fase 2001 - 2006 ligt de nadruk op bouwen. In de tweede fase wordt de resterende opgave gerealiseerd. De druk op de bestaande woningvoorraad is momenteel groot: er is niet of nauwelijks sprake van leegstand. Gemeente en corporatie hebben het gezamenlijke belang om 'het bouwen voor de sloop' te doen uitgaan om aldus te werken aan een voldoende ontspannen woningmarkt. Deze ontspanning is noodzakelijk teneinde de doorstroming vanuit te herstructureren woongebieden te kunnen organiseren , dan wel weglekeffecten (het gedwongen verhuizen van inwoners naar elders) zoveel mogelijk te voorkomen.
Voor de eerste fase van het programma is de herstructurering van Holwerd aan de orde. Holwerd vormt samen met Brantgum, Foudgum en Waaxens één cluster. Voor Holwerd zijn per 1-1-2001 nog 2 contingenten beschikbaar. In de spreidingsnotitie zijn deze aangemerkt voor incidentele ontwikkelingen zoals een bedrijfswoning enzovoort.

Holwerd heeft weinig tot geen mogelijkheid om 'het bouwen voor de sloop' gestalte te geven. Om toch dit effect te bereiken wordt in eerste instantie getracht om binnen de cluster een oplossing te vinden. Door het op korte termijn creëren van 5 bouwkavels in Brantgum wordt een aanzet voor 'het bouwen voor de sloop' gegeven. Vanuit deze gedachte wordt er geen fasering aangebracht die een spreiding van de woningbouw tot 2010 nastreeft maar worden alle kavels zo snel mogelijk uitgegeven.

Het totale woningbestand van Brantgum per 1-1-2000 bedraagt 96, 14 daarvan zijn huurwoningen. De WCD wil de huidige voorraad in Brantgum inkrimpen met 9 woningen. Deze afname zal middels verkoop plaatsvinden.
Geconcludeerd wordt dat Brantgum om de eigen inwoners vast te houden en om mogelijkheid voor de herstructurering in de cluster te bieden middels een uitbreiding in de woningbehoefte moet voorzien. Tot 2010 is er ruimte, zoals reeds eerder is aangegeven, om de woningvoorraad met 5 stuks uit te breiden.
Bij de uitgifte van deze kavels dient er per kavel een bijdrage te worden geleverd tbv. het herstructureringsfonds, het bedrag wat hiermee gemoeid zal zijn dient nog nader te worden bepaald.

 

3. HET BESTEMMINGSPLAN.


3.1. Algemeen.

Voor het plangebied van het bestemmingsplan Brantgum vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen:

- "Brantgum, uitbreidingsplan in onderdelen", vastgesteld door de Raad op 08?03?1943 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 22?03?1944, nr.: 36.

- "Plan in hoofdzaak West-Dongeradeel", vastgesteld door de Raad op 02?03?1948 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 28?03?1949, nr.: 136.

- "Brantgum, uitbreiding", vastgesteld door de Raad op 26-08-1982 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 02-05-1983, nr. 23674.

- "Bestemmingsplan voor het buitengebied Dongeradeel-west", vastgesteld door de raad op 24-11-1988 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 7-7-1989, nr. 1983.

De voornaamste overwegingen voor het vervaardigen van het onderhavige bestemmingsplan zijn:

- Het samenvoegen van de 4 eerder genoemde plannen tot één plan, zodat één en ander overzichtelijker wordt om mee te werken.


3.2. Begrenzingen.

Het plangebied van het bestemmingsplan Brantgum betreft het gebied van het dorp Brantgum en omgeving, dat niet valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Dongeradeel West (vastgesteld door de Raad d.d.: 24-11-1988 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten d.d.: 07-07-1989, nr. 1983), met uitzondering van percelen aan de Fjildbuorsterwei en aan de Ids Wiersmastrjitte met tevens een strook achter de bebouwing aan de Stimhússtrjitte waar een herziening van zal plaatsvinden die binnen dit plan wordt opgenomen.

 

3.3. Stedenbouwkundige aspecten.

Het plangebied is in het verleden reeds grotendeels tot ontwikkeling gekomen. Brantgum is, zoals diverse andere dorpen in de gemeente Dongeradeel, een terpdorp.
In de plattegrond zijn nog een aantal elementen aanwezig van de oorspronkelijke dorpsstructuur, onder andere het belangrijkste kenmerk: de terp met zijn bebouwing.
De Nederlands Hervormde Kerk en het kerkhof staan verhoogd op de kern van de terp, het kerkgebouw en toren zijn beschermde monumenten in de zin van de Monumentenwet.

Een deel van het huidige stratenpatroon is al aanwezig op de eerste kadastrale minuut uit ± 1832 (zie blz. 2).

De terp is dun bebouwd met een aantal gebouwen en het agrarisch karakter, zoals dit voor komt op de kadastrale minuut, is thans ook nog min of meer aanwezig.
Rond de eeuwwisseling werden delen van de terp ten zuidwesten van de verkeersweg afgegraven, maar de radiale terpstructuur is nog steeds duidelijk herkenbaar.
De bebouwing is vooral toegenomen aan de nieuw aangelegde Stimhússtrjitte. Aan de Stimhússtrjitte is aan het eind van de tachtiger jaren de nieuwe basisschool gebouwd. Het perceel tussen de bebouwing aan de Stimhússtrjitte en de verkeersweg is beplant met bomen.

Toekomstige bebouwing.

In het vigerende bestemmingsplan 'Brantgum uitbreiding' is reeds aangegeven dat de toekomstige uitbreiding van Brantgum tussen de Stimhússtrjitte en de Fjildbuorsterwei is gepland, de huidige stand van zaken geeft geen aanleiding om van deze visie af te wijken. Uitgangspunt voor het invullen van deze locatie is aansluiting te zoeken bij de bestaande nieuwbouwstructuur aan de oostzijde van het dorp. De toekomstige bebouwing dient, gezien het karakter van de aanwezige bebouwing kleinschalig te zijn. De locatie als aangegeven geeft goede mogelijkheden om naast een goede inpassing in het landschap ook een goede aansluiting bij het dorp te realiseren. Bij de uitwerking zal dus aangesloten moeten worden bij de bestaande karakteristiek van Brantgum. Daarin speelt ook de overgang naar het landschap een belangrijke rol. De landschappelijke inpassing zal gestalte krijgen door een groensingel die zowel de bestaande als de nieuwe bebouwing omsluit. Deze singel zou bij volledige realisatie aansluiten op het dorpsbosje van Brantgum. Hetgeen aanknopingspunten biedt om recreatieve mogelijkheden te creëren. Het plan dient tot 2010 te voorzien in de bouw van nog 5 woningen als aangegeven in het Woonplan Dongeradeel.

 

3.4. Archeologische waarden.

Voor het landelijk gebied van de gehele gemeente Dongeradeel wordt, op moment van het opstellen van dit bestemmingsplan, een archeologische verwachtingskaart vervaardigd. Op basis van een archeologische verwachtingskaart is het mogelijk onderscheid te maken tussen archeologisch belangrijke en minder belangrijke gebieden.
De verwachtingskaart is hierdoor een geschikt instrument om ruimtelijke ontwikkelingen en plannen op effecten voor de archeologie te toetsen. De verwachtingskaart heeft op globale schaal een bepaalde voorspellende waarde maar door allerlei factoren die niet in het onderzoek meegenomen kunnen worden bestaat er altijd een zekere mate van onzekerheid. Op dit moment is een concept verwachtingskaart aanwezig die weliswaar nog onvolledig is en nog verder verfijnd wordt, doch in hoofdlijnen kunnen hier enkele conclusies uit getrokken worden.

Voor het plangebied wat in de toekomst de grootste veranderingen ondergaat; de uitbreidingslocatie, geeft de concept verwachtingskaart voor de steentijd (8800 - 2000 voor Chr.) en de bronstijd ( 2000 - 800 voor Chr.) een middelmatige verwachting aan. Voor de ijzertijd (800 - 12 voor Chr.)/Romeinse tijd (12 voor - 450 na Chr.) wordt een hoge verwachting gegeven. De verwachtingen voor de vroege middeleeuwen (450 - 900 na Chr.) zijn ten slotte hoog tot zeer hoog.
Bij de concept verwachtingskaarten is ook een vindplaatsenkaart gevoegd met daarop alle mogelijke terprestanten, states, stinzen, gegevens van de Archeologische Monumentenkaart Friesland en het Archeologisch Informatie Systeem.
De uitbreidingslocatie maakt evenals de rest van het dorp deel uit van de oorspronkelijke terp volgens Eekhof, Schotanus, bodemkaart en fysisch-geografische kaart. De locatie grenst aan een terrein wat is aangewezen als archeologisch rijksmonument (zie plankaart). Brantgum is gelegen in een gebied waar het archeologisch verwachtingspatroon hoog is. Bij het kiezen van een alternatieve uitbreidingslocatie, om het eventuele bodemarchief op de huidig gekozen plaats te ontzien, stuit men op vergelijkbare waarden. Hoewel de gemeente van mening is dat aantasting van waardevol bodemarchief voorkomen moet worden mag dit de leefbaarheid van Brantgum niet blokkeren. Gezien het ontbreken van alternatieven zal er mogelijkheid geboden worden om onderzoek te plegen.


3.5. Juridische aspecten.

Brantgum kan gekenschetst worden als een rustig terpdorp waarop weinig functionele druk staat. Echt grote veranderingen zijn er niet te verwachten.
Aan een bestemmingsplan voor een dorp als Brantgum mag echter wel de eis gesteld worden dat het aantal artikel 19 procedures tot een minimum beperkt wordt en dat geen onnodige beperkingen worden opgelegd aan normale maatschappelijke ontwikkelingen.
In het bestemmingsplan Brantgum worden nieuwe ontwikkelingen, zowel het bouwen als het gebruik van bestaande en nieuwe bouwwerken en terreinen, zoveel mogelijk rechtstreeks, dat wil zeggen zonder nadere procedures, toegestaan door middel van een beschrijving in hoofdlijnen.
De hoofddoelstelling van het plan is het behoud en herstel van de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het dorp Brantgum. Deze doelstelling werkt door in de overige doelstellingen.
Vanwege dit gemeenschappelijke karakter en om de centrale betekenis van dit uitgangspunt te benadrukken, zijn hierop betrekking hebbende punten van de beschrijving in hoofdlijnen als apart artikel voorafgaande aan de verschillende bestemmingsomschrijvingen opgenomen en verduidelijkt door kaartbijlagen.
Voor zover deze doelstelling specifieke consequenties heeft voor bestemmingen, zijn op die bestemmingen toegespitste bepalingen opgenomen.
Door middel van de artikeltitel en onderlinge verwijzingen in de tekst wordt de eenheid van deze kunstmatige splitsing van de beschrijving in hoofdlijnen weer hersteld.

Artikel 4: Dorpscentrum.
Krachtens de doeleindenomschrijving zijn de op de kaart voor dorpscentrum (art. 4) aangewezen gronden bestemd voor wonen, detailhandel, bedrijfsactiviteiten, bijzondere bebouwing, verkeer en parkeren, verblijf, sociaal-culturele doeleinden, groenvoorzieningen en doeleinden van openbaar nut.

Er zijn geen duidelijke planologische motieven aanwezig om het ene perceel wel en het andere perceel niet aan te wijzen voor de uitoefening van detailhandel en bedrijfsactiviteiten. Volstaan is met een vrij summiere regeling waarbij voor de detailhandelsactiviteiten geen beperking in uitbreiding is aangegeven, terwijl aan de bedrijfsactiviteiten de daarin genoemde maten en percentages nog enige ruimte voor uitbreiding bieden.
Aan het plan is een "Staat van bedrijfsactiviteiten" toegevoegd, de zogenaamde kleine lijst uit het V.N.G.?rapport "Bedrijven en milieuzonering". Toegestaan zijn bedrijven in de categorieën 1 en 2.


Artikel 5: Woondoeleinden.
De op de kaart voor woondoeleinden aangewezen gronden zijn krachtens de doeleindenomschrijving bestemd voor wonen, verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waaronder water en openbare nutsvoorzieningen. In deze bestemming wordt met name het maximum aantal te bouwen woningen bepaald, de situering en de afmetingen van de woningen en de daarbij behorende aan-, uitbouwen en bijgebouwen. De toegestane afmetingen zijn conform het huidige gemeentelijke beleid.

Artikel 9: Agrarische doeleinden
De agrarische activiteiten zijn toelaatbaar op de op het tijdstip van tervisielegging als zodanig in gebruik zijnde percelen, waarbij via de sectorale wetgeving, o.a. de wet milieubeheer, milieuhygiënisch gezien, ongewenste situaties kunnen worden voorkomen. De op de kaart voor agrarische doeleinden aangewezen gronden zijn primair bedoeld voor de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, waarbij onderling gebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven uitsluitend toelaatbaar zijn binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlakken.

De voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit benodigde maatvoeringen zijn opgenomen in aparte bebouwingsregelen per bestemming. Zonodig kan hiervan vrijstelling worden verleend, waarbij naast de conform art. 15 W.R.O. te stellen regels de beschrijving in hoofdlijnen het toetsingskader vormt. Ditzelfde geldt voor de bij de woondoeleinden opgenomen bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen.


3.6. Wegverkeerslawaai.

Op grond van de Wet Geluidhinder (art. 74) zijn alle wegen zoneplichtig met uitzondering van:
a)- woonerven.
b)- wegen die vallen onder het regime van een 30 km-zone.
c)- wegen waarvan is aangetoond dat de geluidsbelasting op een afstand van 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 50 dB(A) of minder bedragen en die als zodanig zijn aangeduid op een geluidsniveaukaart.

Het merendeel van het plangebied houdt zijn bestaande functie. De verkeersintensiteit en de snelheid van de voertuigen is door het profiel en de korte rechtstanden zodanig dat hier geen problemen uit voort komen. Voor de wegen in het plangebied is in 1999 een 30 km regiem vastgesteld. Voor deze straten geldt de uitzondering genoemd onder b..
Alleen voor de regionale route van Dokkum naar Holwerd, de Ids Wiersmastrjitte welke een 50 km zone is, die dwars door het dorp loopt, dienen verkeerstellingen te worden verricht en op basis daarvan dient een akoestische berekening plaats te vinden. Dit heeft i.v.m. tijdsdruk nog niet plaatsgevonden, maar zal zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd. Wanneer gereed zal dit akoestisch onderzoek toegevoegd worden als 'bijlage 1' aan dit bestemmingsplan.

 


3.7. Bodem.

De gronden op de locatie bedoeld voor de uitbreiding van Brantgum hebben tot nu toe een agrarische functie vervuld. Er wordt dan ook van uitgegaan dat er geen zodanige vervuiling van de bodem en (grond)water is dat daardoor de woningbouw zou worden belemmerd. Onderzoek overeenkomstig de bouwverordening zal één en ander moeten bevestigen.


3.8. Milieuzonering.

In het plangebied zijn naast de woonfunctie ook bedrijfsactiviteiten gevestigd. Zoals gebruikelijk in kleine kernen is in de kern van het dorp sprake van een menging van functies. Dit bepaald mede de karakteristiek van de dorpskern. In dit bestemmingsplan zijn de gronden welke een onderdeel vormen van de oorspronkelijk dorpskern bestemd als "dorpscentrum". Binnen deze bestemming zijn naast de woonfunctie ook andere functies toegestaan waaronder bedrijfsactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten zijn beperkt tot categorie 1 en 2 activiteiten; de lichtste vorm van bedrijvigheid. Voor de categorie-indeling wordt gebruik gemaakt van de lijst in het rapport van de Vereniging (van) Nederlandse Gemeenten (VNG) "Bedrijven en milieuzonering". Daar wordt een relatie gelegd tussen bedrijfssoorten en (mogelijke) milieubelasting. Dit rapport bevat onder meer een lijst met bedrijfssoorten die zijn onderzocht op een elftal aspecten van milieubelasting, namelijk geur-, stof-, geluid- en trillingshinder, lucht-, water- en bodemverontreiniging, gevaar, ongedierte, visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
Er worden in de basislijst 6 milieucategorieën onderscheiden, oplopend van 1 tot 6: onder categorie 1 (het ene uiterste) vallen bedrijven die toelaatbaar zijn tussen woningen en onder categorie 6 (het andere uiterste) zijn bedrijven opgenomen die pas toelaatbaar zijn op een afstand van 1000 of 1500 meter.
In samenhang met de aard van de bedrijvigheid, neemt dus de gewenste afstand tot woonbebouwing toe. De milieuhinder als gevolg van de bedrijven zal zoveel mogelijk worden beperkt.
De aangrenzende functies zijn daarbij maatgevend voor de toelaatbare hinder. Naast het bestemmingsplan geldt de Wet Milieubeheer.

Binnen het plangebied zijn enkele bedrijven aanwezig die in categorie 3 vallen (onder meer loonbedrijf, veehouderij en een garagebedrijf/verkooppunt voor brandstoffen). Bedrijven in milieucategorie 3 zijn moeilijker inpasbaar binnen een gebied met een overwegende woonfunctie. De onderlinge situering tussen deze bedrijven en de aangrenzende woningen vergt extra aandacht.
De categorie 3 activiteiten worden uitsluitend ter plaatse van de bestaande bedrijvigheid toegestaan met daarbij de voorwaarde dat zowel aan de uitbreiding van een bedrijf of aan de uitbreiding van een woning op een aangrenzend perceel aanvullende eisen kunnen worden gesteld om ongewenste situaties te voorkomen.

Grenzend aan het uitbreidingsplannetje staat de lagere school, in "Bedrijven en milieuzonering" is een school ingeschaald als een categorie 2 activiteit waarbij de hinder vooral veroorzaakt wordt door het geluid. Aanbevolen wordt een afstand van ten minste 30 meter tot hindergevoelige objecten aan te houden. Het aspect geluid wordt veroorzaakt door het aantal verkeersbewegingen wat de school veroorzaakt en het geluid wat tijdens de pauzes op het speelplein wordt geproduceerd. Het verkeer wordt nu afgewikkeld via de Stimhússtrjitte en belast het uitbreidingsplan niet. De afstand van de school of schoolplein tot bestaande woningen bedraagt minimaal 12 meter. De woningen in de uitbreiding zijn op minimaal 16 meter gesitueerd. Vanuit de omvang van de school (ongeveer 26 leerlingen) en het gegeven dat functiemenging een dorps eigen is wordt dit een aanvaardbare afstand geacht.
In de groensingel wordt een bergbezinkbassin gerealiseerd. De afstand tot de nieuwe woningen zal ten minste 30 meter bedragen.


3.9. Waterhuishouding.

Voor Brantgum zal er een kleine aanpassing in de waterhuishouding plaatsvinden. Er zal een bergbezinkbassin (bbb.) worden aangelegd ten plaatse van de geplande groensingel (zie afb. 6: voorstel verkaveling uitbreiding Brantgum). Deze bbb. zal als buffer dienen om bij overvloedige regenval te voorkomen dat er vervuild rioolwater op het oppervlakte water wordt geloosd.
Voor de aanleg en/of aanpassing van de waterhuishoudkundige infrastructuur dient ten allen tijde een vergunning te worden aangevraagd bij het betreffende waterschap.


4. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID.

De nieuwbouwlocatie zal (zoals vermeld onder 3.3 van de toelichting) met exploitatie-opzet worden opgenomen in het grondbedrijf.
Eventuele, in de komende jaren te plegen, voorzieningen in Brantgum zullen niet via dit bestemmingsplan worden bekostigd, maar uit de algemene middelen worden betaald.

Zodra er meer informatie bekend is over de invulling van het nieuwbouwgebied en de exploitatie er van, zal deze worden toegevoegd.

 


5. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.

P.M.
Bron Gemeente Dongeradeel.

Terug naar verenigingen